Terwijl Wimbledon in volle gang is hebben archeologen van de gemeente Den Haag onderzoek gedaan naar de ‘Caetsbaen’ die van circa 1500 tot 1650 naast de Ridderzaal lag. Philips de Schone en Willem van Oranje kaatsten er regelmatig een balletje, zoveel is zeker. Was het ’s lands eerste tennisbaan of niet? Het was in ieder geval niet eens de eerste kaatsbaan op het Binnenhof.

Beeld: RVB / Archeologie Den Haag

Het Binnenhof is al eeuwenlang het centrum van macht, politiek en architectuur. Maar er werd ook sportgeschiedenis geschreven. Niet alleen met ridder- en steekspelen op het Opperhof en roeien en schaatsen op de Hofvijver. De gedenksteen tussen de Ridderzaal en het ministerie van Algemene Zaken herinnerde tot voor de renovatie aan de belangrijke rol van het grafelijke hof in de ontwikkeling van de tennissport. Op deze plek bevond zich tussen 1500 en 1650 ’s lands eerste tennisbaan “de Caetsbaan van de Prinsen van Oranje” luidt het opschrift.

De regels van het spel verschilden per tijd en per regio. Het is dus moeilijk te bepalen wanneer we voor het eerst van ‘tennis’ kunnen spreken. Zeker is wel dat er op het Binnenhof al honderden jaren een balletje geslagen werd. En niet door de minsten.

Van een leien dakje

Mignonne Lenoir, archeologe van de gemeente Den Haag deed de afgelopen weken onderzoek naar ‘de Caetsbaan’ uit 1500. Samen met haar collega’s legde ze verschillende lagen van de baan naast de Ridderzaal bloot. “Deze baan was niet eens de eerste kaatsbaan op het Binnenhof. Al in de veertiende eeuw vermelden documenten een kaatsbaan. Die lag ongeveer op dezelfde plaats als de baan uit 1500. Het kaatsen ging toen via een muur met een dakje waaronder de toeschouwers zaten.” De uitdrukking ‘van een leien dakje’ stamt vermoedelijk uit deze begindagen van de tennissport.

Er sneuvelde in de late middeleeuwen regelmatig kostbaar glas-in-lood van de ‘Groote Zaal’, waarschijnlijk tot ongenoegen van edelen die niet zo veel hadden met de edele kaatssport. Voor de bescherming van de ramen gebruikte men ‘horden’ (vlechtwerk van wilgentenen), zoals rekeningen voor rietbedekking laten zien.

Beeld: British Libraty

Middeleeuws kaatsen met den blooten hand (van een leien dakje), terwijl de toeschouwers zich aan den denksport wijden

Philips de Schone, hertog van Bourgondië, was als regelmatige bezoeker van het Binnenhof waarschijnlijk de grondlegger van de kaatsbaan uit 1500. Hij bezat een voor die tijd ongekende hoeveelheid van maar liefst drie rackets. Tegenstanders die de bal nog met de blote hand moesten retourneren kregen van hem een  voorsprong van 15 punten.

Mignonne Lenoir: “De baan uit 1500 was omgeven door dikke muren van zo’n zeven meter hoog. De baan was ongeveer 28 bij 9,5 meter lang. De baan lag loodrecht op de Ridderzaal. Begin 20e eeuw is het huidige ministerie van Algemene Zaken over de kopse kant van de baan heen gebouwd. We ontdekten verschillende lagen. In 1525 zijn er nieuwe tegels op de baan gelegd. En in 1561 werden er opnieuw 6000 tegels gelegd.”

Oranje

Opdrachtgever van die ‘6.000 tegelen, 102.000 dubbelde hartsteenen, 40 tonnen tarae, 60 hoet calcx en 100 wagenen sant’ voor een lekker vlakke baan was Willem van Oranje. Hij kon rondreizend genieten van drie banen in de Nederlanden: in Breda, bij het Hof van Oranje in Brussel én op het Binnenhof.

In de zeventiende eeuw moest de kaatsbaan wijken voor de toenemende drukte op het Binnenhof. In 1874 werd er in Engeland voor het eerst op gras gespeeld. In 1996 won Richard Krajicek als eerste Nederlander het kaatstoernooi op Wimbledon.

Beeld: RVB / Archeologie Den Haag

De blootgelegde Caetsbaan met op de achtergrond de Middenpoort, links de Grafelijke Zalen en rechts het ministerie van Algemene Zaken