De demontage van de funderingsresten van de laatmiddeleeuwse Spuipoort op de Hofplaats is in volle gang. Sinds begin maart werken vakmensen aan het uitnemen van de unieke resten. Na de bouw van de nieuwe publieksentree van de Tweede Kamer worden de poortresten weer zorgvuldig in het ondergrondse gedeelte van de entree teruggeplaatst.
Beeld: RVB / Tineke Dijkstra
De resten van de Spuipoort aan de voet van de plenaire zaal Tweede Kamer vóór het uitnemen
Bij het blootleggen en uitnemen van de poortresten werken vakmensen van aannemers Nico de Bont en Van Milt nauw samen met bouwhistoricus Hein Hundertmark en archeologen van de gemeente Den Haag. De eerste vermeldingen van de Spuipoort dateren uit de 14e eeuw. Bij aanvullend onderzoek tijdens het uitnemen is ontdekt dat de poort in 1404 geheel is vernieuwd. De vondst van een natuurstenen ‘gewelfrib’ wijst erop dat de poortdoorgang door een gotisch kruisgewelf werd afgedekt.
Historische betekenis voor Binnenhof en stad
De Spuipoort was eeuwenlang een van de belangrijkste toegangspunten tot het Binnenhof. Via deze poort bereikten bezoekers, kooplieden en gezanten het bestuurlijke centrum van Holland. De nu opgegraven resten, variërend van 14e‑eeuwse funderingen tot de herbouw van 1404 en versteviging uit 1485, laten zien hoe de poort zich ontwikkelde met de groei van Den Haag.
Een gelaagde puzzel
De resten van Spuipoort bestaan uit circa 38 m² metselwerk, verdeeld over zo’n 40 lagen van in totaal 11.000 kloostermoppen. Kloostermoppen zijn middeleeuwse bakstenen met een groter formaat dan onze huidige bakstenen. Het metselwerk vertelt een verhaal over de geschiedenis van de poort. Van de bouw in 1404, via verstevigingen in 1485, tot aan aanpassingen rond 1600.
Vooraf zijn de funderingsresten van de Spuipoort nauwkeurig vastgelegd in tekeningen en 3D‑scans. Zo kunnen de resten later exact worden teruggebouwd in de nieuwe publieksentree van de Tweede Kamer. De kwetsbare stenen van de poort worden onder stabiele omstandigheden uitgenomen. Een tent beschermt het eeuwenlang begraven metselwerk tijdens de werkzaamheden tegen vorst, vocht en temperatuurwisselingen.
Precisiewerk
Het uitnemen van de poortfundering gebeurt vrijwel volledig met de hand. De buitenste schil wordt steen voor steen verwijderd, de kern in grotere stukken. Elke steen krijgt een uniek nummer, een gekleurde tyrap en exacte coördinaten, waarna de stenen in genummerde kratten worden opgeslagen. Dit is nodig om de poort straks historisch verantwoord terug te plaatsen.
De kwaliteit van de stenen varieert sterk. Sommige stenen verkruimelen bij het uitnemen. Het verklaart dat er al in 1485 verstevingingen aan de fundering zijn uitgevoerd, in het bijzonder de twee torens van de poort. Oude mortel laten we zoveel mogelijk zitten om het historische karakter zoveel mogelijk te behouden. Alle bakstenen worden tot de reconstructie droog en vorstvrij opgeslagen.
Dubbele omgrachting in de 13e eeuw
Een paar meter naast de Spuipoort is een zware fundering van 13e-eeuwse kloostermoppen ontdekt. Dat wijst erop dat de poort bij de herbouw in 1404 iets verschoven is ten opzichte van zijn voorganger. Het Binnenhof had al in de dertiende eeuw een dubbele omgrachting met de Hofpoort aan de binnenste gracht als hoofdpoort, en de Spuipoort aan de buitenste gracht als voorpoort.
Door de Spuipoort straks zichtbaar terug te brengen in de nieuwe publieksentree blijft niet alleen een uniek bouwwerk behouden, maar ook deze bijzondere ontstaansgeschiedenis van het Binnenhof en de stad.
Beeld: RVB / Hein Hundertmark
Plattegrond van de funderingsresten met de verschillende 'tijdlagen'
Beeld: UBLeiden
19e-eeuwse reconstructie van de Spuipoort door Jan Mesker